Lekker vogelen! is verhuisd
Beste lezer,
Deze blog wordt niet meer ge-updated. Je kunt mijn vogelavonturen voortaan volgen op het volgende adres: http://lekkervogelen.punt.nl Ik hoop jullie daar weer tegen te komen.
Jan Zwaaneveld
Beste lezer,
Deze blog wordt niet meer ge-updated. Je kunt mijn vogelavonturen voortaan volgen op het volgende adres: http://lekkervogelen.punt.nl Ik hoop jullie daar weer tegen te komen.
Jan Zwaaneveld
Het was vandaag zo'n dag met alle ingredixebnten die een vogeltocht mooi en spannend maken: zeldzame soorten om op af te gaan, onverwacht snelle successen en een onverwacht lastige vogel die uiteindelijk toch werd gescoord. Het plan was om naar de Steppekievit bij Swifterbant te gaan, maar toen Christiaan en ik vanmorgen een stukje hadden gereden en de Waterrietzanger van de Groene Jonker al werd gemeld, was een planwijziging snel gemaakt. Eerst moest die lastige Waterrietzanger er maar eens uit komen. En dat kwam -ie. Terwijl we ons geestelijk hadden voorbereid op een stief uurtje wachten, kwam de Waterriet meteen al prachtig in beeld toen we kwamen aanlopen. Even later vloog hij verder naar achteren, waar hij zich ook nog een keer fraai liet zien. Zo, die zat in de tas! Jammer dat het van dat sombere weer was met motregen, want de foto's zijn niet geweldig geworden en dat is een understatement. Toen de Waterrietzanger zich een tijdje niet meer liet zien, besloten we naar de juveniele Steltkluut te lopen die zich volgens andere vogelaars fraai liet zien. En jawel, het kostte wat tijd en zoekwerk, maar uiteindelijk vonden we ook de juveniele Steltkluut, scharrelend tussen de schapen. Dat vonden we erg leuk, want wanneer zie je nu een juveniele Steltkluut in Nederland? Na een tijdje liepen we terug en opnieuw liet de Waterrietzanger zich erg fraai bekijken. Zo makkelijk kan hij dus xf3xf3k zijn. Het werd tijd voor de Steppekievit, die intussen ook weer was gemeld, en we haastten ons derhalve naar de Flevopolders, naar Swifterbant om precies te zijn. We troffen er geen Kievit aan, maar wel twee vogelaars die ons meldden dat de Steppekievit niet meer aanwezig was op deze plek. We besloten nog een klein rondje door de omgeving te maken, en dat was een goed besluit. Want even verderop stonden andere vogelaars die de kievit nxe9t in vlucht hadden opgepikt. Helaas was de vogel geland achter een maisakker en was hij dus niet te zien. Een Slechtvalk of een Havik had nu uitkomst kunnen bieden, maar die zijn er niet als je ze nodig hebt. Na een lange tijd wachten besloten we een zijweggetje te proberen, en weer even later een ander zijweggetje. Van daar zagen we hoe een vogelaar het veld in liep – geen actie die de schoonheidsprijs verdient, maar niet veel later vloog een enorme groep Kieviten en Goudplevieren op. Ondanks dat ze over ons heen kwamen gevlogen konden we de Steppekievit er niet tussen ontdekken: het licht was zo slecht dat je er pijn in je ogen van kreeg en er waren wel hxe9xe9l veel Kieviten om tussen te zoeken. In de verte zagen we de groep landen, en we besloten nog een poging te wagen. Samen met twee andere vogelaars reden we erheen en toen de groep Kieviten voor korte tijd het luchtruim koos zag ik hem ineens: de Steppekievit! Even later had Christiaan hem ook en we zagen waar de vogel landde, zodat we 'm zelfs nog aan de grond hebben gezien, zij het vrij beroerd. Maar dat mocht de pret niet drukken. Dit was vogelspanning en -sensatie van de beste soort! Het was tijd om op zoek te gaan naar Baardman en Zeearend, waarvan de eerste nog een jaarsoort voor mij was en beide zouden nieuwe soorten voor Chris zijn. Het pad naar de hut Grauwe Gans leverde weinig op, behalve een fraaie show van Boerenzwaluwen die af en toe letterlijk de hut binnen vlogen. Op de Grote Praambult vond Christiaan in no time een adulte Zeearend die in een boom zat te poseren. En uiteindelijk vonden we in de regen bij de Lepelaarsplassen nog Baardmannetjes, alleen roepend vanuit het riet, maar toch. Horen = scoren en we hadden teveel mooie dingen gezien vandaag om nog te mogen klagen. Het was een fantastische vogeldag.
Of het al lang zo is weet ik niet, maar gisteren kwam ik er ineens achter dat de Jufferkraanvogel die ik in 1992 zag bij Asten in Noord-Brabant alsnog is geaccepteerd door de Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna (CDNA). Dat nieuws gaf me een onwaarschijnlijk groot gevoel van voldoening en blijdschap. De trip naar die Jufferkraan was namelijk geen sinecure, om maar niet te zeggen dat het een soort boze droom was. Ik woonde destijds nog in Hillegom en bezocht de vogel per OV en per benenwagen: eerst met de bus, toen met de trein, toen weer met de bus, toen bleek ik een stuk met een buurtbus te moeten die maar eens in het uur ging en als toetje moest ik toch nog een verschrikkelijk eind lopen naar het weggetje waarlangs de kraan zat. De Jufferkraan liet zich mooi zien, dat wel, maar omdat de reis zo ontzettend lang duurde en ik vrij laat was vertrokken, moest ik al snel weer aan de terugreis beginnen. Ik had de Jufferkraanvogel gezien, maar de vogel werd afgewezen door de CDNA omdat er geruchten gingen dat er daar in de buurt eentje was ontsnapt. Of zoiets. En die druiven waren behoorlijk zuur. Later bleken die geruchten niet juist te zijn, heb ik begrepen, en nu is de vogel dus alsnog daar gekomen waar hij hoort: op de Nederlandse lijst en – vooral – op de mijne! Joepie!
Ik had vandaag weer eens afgesproken een dag te gaan vogelen met Koert en Renxe9 en de voortekenen waren zeer gunstig. Er was gisteren van alles gezien: een Bonapartes Strandloper in Zeeland, Hop in Amsterdam, Waterrietzanger in Wassenaar en verspreid door Noord-Holland onder meer Gestreepte Strandloper, Reuzen- en Lachsterns en Grauwe Franjepoot. Omdat er gisteravond een melding kwam van een Lachstern die op een onder water gezet bollenlandje bij Voorhout was gaan slapen, gingen we daar als eerste heen. Helaas: het bollenlandje was vrijwel verlaten, op een paar Groenpootruiters, Kok- en Kleine Mantelmeeuwen na. Doel nr. twee was de Waterrietzanger, die voor mijn metgezellen nog een nieuwe soort zou zijn en die ik nog maar eenmaal eerder in mijn leven heb gezien. Het zou geen makkie worden. Bij aankomst op de plek stond er al een man of vijfentwintig en de vogel was juist verdwenen in een flink veld met riet, biezen en wilgjes. Tja, daar sta je dan. Dat staan duurde meer dan twee uur en toen hadden we alleen nog maar glimpen opgevangen van door het riet schietende vogeltjes die net zo goed Rietzangers konden zijn. En degene die we wel goed zagen was inderdaad een gewone Rietzanger. Het was duidelijk, dit kostte veel teveel tijd en leek tot niets goeds te leiden. Dus gingen we op naar Noord-Holland, naar een onder water gezet bollenveld bij 't Zand om precies te zijn, waar al dagenlang een Gestreepte Strandloper en Lachsterns worden gezien. Na een lange rit en na een tijdje bij het verkeerde bollenland te hebben staan kijken in de intussen over Noord-Holland geschoven regen, vonden we de goeie plek waar echter – ondanks lang en intensief speuren – geen van beide doelsoorten te vinden waren. Wat er wel zat: Groenpoot- en Bosruiter, Kemphaan, Bonte Strandloper, Witgat, Oeverloper en Bontbekplevier, onder andere. Op dit punt aangekomen overwogen sommigen van ons hun kijker maar aan de wilgen te hangen, maar we hadden nog xe9xe9n kans. We spoedden ons naar De Putten en omstreken, waar gisteren nog een Grauwe Franjepoot was gemeld. En verdraaid, in het laatste plasje dat we bekeken zag ik een licht steltje met donkere bovendelen en dat bleek, na de telescoop erop te hebben gezet, inderdaad de Grauwe Franjepoot te zijn! Eerder hadden we al een Koekoek, die op de grond in een weiland zat en bij onze nadering een rietkraag in vloog. Dat vonden we ook een leuke waarneming. Verder bij De Putten nog Grote Sterns, Leplaars, een stuk of 15 Steenlopers en drie Kanoeten. En zo werd het gelukkig net geen dag waarop we xe1lles misten, maar keerden we toch nog tevreden huiswaarts.
De Graszanger is weliswaar niet zo verschrikkelijk zeldzaam meer in Nederland, maar toch had ik er tot aan vandaag maar xe9xe9n gezien binnen onze landsgrenzen, lang geleden in de Braakman in Zeeuws-Vlaanderen. Die kleine rakkers zitten meestal in Zeeland, bij voorkeur in Zeeuws-Vlaanderen, of op andere plekken die voor een OV-vogelaar niet erg handig zijn. Maar gisteren werd er ineens eentje gemeld aan de rand van Maassluis, nog geen kilometer van station Maassluis-West. Ik hoefde er niet lang over na te denken. Ik stapte vanmorgen op de trein en arriveerde rond half twaalf op de plek. Aanvankelijk stond ik tussen een paar gebouwen tussen twee hekken door te koekeloeren, maar ik hoorde de Graszanger wxe9l meteen enthousiast zingen. Altijd fijn als zo'n vogel meteen meewerkt. Even later vond ik een betere plek, aan de rand van het braakliggende terrein waarin de vogel zich bevond. Na een kwartiertje stilte begon hij ineens weer te zingen. Je kon duidelijk horen dat hij baltsvluchtjes maakte, maar het was verwonderlijk dat hij hoorbaar vlak langs of over me heen vloog zonder dat ik het beestje zag. Het zijn weliswaar erg kleine vogeltjes, maar toch. Even later vond ik 'm echter, ver weg in de top van een struikje (zie foto). En nog wat later kon ik mooi z'n geluid op film zetten, hoewel ik het vogeltje zelf helaas niet in beeld kreeg. Hier komt -ie, schrik niet van het dronkemansbeeld:
De maand juli 2011 dreigde verregend en verwaaid zonder ook maar xe9xe9n jaarsoort de geschiedenis in te gaan. Maar zie: vanmorgen was het aardig weer en gisteren waren er Kleine Strandlopers gemeld in de uiterwaarden bij Everdingen. Een uitgelezen mogelijkheid om toch nog iets binnen te slepen deze maand. Dus peddelde ik om een uur of tien de Diefdijk af richting uiterwaarden. Het bezoekje was buitengewoon de moeite waard. Er stonden minstens 56 Lepelaars, vergezeld van vier Grote – en evenzovele Kleine Zilverreigers. En er waren steltjes! Wat Kieviten en Tureluurs, maar ook twaalf Kemphanen, vijf Witgatten, vier Oeverlopers, een Groenpootruiter, twee Bosruiters, twee Watersnippen, 40 overvliegende Wulpen, twee Kleine Plevieren, twee Bonte Strandlopers en… twee Kleine Strandlopers! En zo kwam juli toch nog met een jaarsoort op de proppen. Ook leuk waren de Greppelsprinkhanen en de Moerassprinkhanen die zongen, een Gestreepte Goudspanner die op de foto wilde en nog wat (gewone) dagvlindersoorten.
Dit is Caatje. Caatje is een postduif die gisteren bij ons is komen aanvliegen. Ze had misschien een lange reis achter de rug en zat een beetje treurig en vermoeid met opgezette veren op ons terras in de regen. Dus strooide ik wat zaad, waarvan ze direct begon te eten. Buikje dik en rond. Gisteravond vloog ze weg, maar vanmorgen zat ze weer op het terras te wachten op een handvol zaad. Kortom, het ziet ernaar uit dat we een duif hebben, althans voorlopig, en we hebben haar Caatje gedoopt. Ja mensen, het is komkommertijd en bovendien is de zomer flink aan het verregenen, zodat ook vlinder-, libellen- en sprinkhanenavonturen er niet in zitten. Er waren vorige week een Scharrelaar en een Kuifkoekoek te bewonderen in ons land, maar beide op plaatsen die per OV met goed fatsoen niet eenvoudig te bereiken waren. En er was een Kleinste Strandloper, die eveneens onbereikbaar was en die bovendien bij nader inzien een Temminck's bleek te zijn. Er zijn wat Breedbekjes en Grauwe Franjepoten, maar de eerste zitten in de Lauwersmeer en de laatste in de kop van Noord-Holland. Daarbij waren we druk met dweilen en emmers onder straaltjes water zetten omdat ons huis met het noodweer van de laatste tijd een flinke knauw heeft gekregen, en met aannemers die langskwamen om al die ellende weer op te lossen. Vogelgewijs verlang ik zo onderhand heel erg naar mijn reisje Arizona in augustus. Is er verder nog wat nieuws onder de …eh zon? Ja. De Gierzwaluwen die bij ons onder de dakpannen nestelen hebben al een tijd jongen en die zullen deze week wel uitvliegen. Ik ben nog een keer naar Lappenheide gefietst, maar daar zat alleen het bekende spul. Dat was het weer. Volgende keer hopelijk meer spectaculair nieuws.
Vandaag zouden Cilja en ik ons jaarlijkse zomeruitstapje maken naar de Hoge Veluwe, vooral voor de vlinders en libellen, maar natuurlijk ook voor de vogels. Het beloofde tropisch heet te worden, wat wellicht wat minder aangenaam voor ons was, maar voor de vlinders wel goed. Echter. Toen we vanmorgen de auto startten, kwam er een vreemd piepend geluid uit. Even navragen bij de garage: het is de V-snaar mevrouw, meneer. Maar u kunt er gerust nog een stukkie mee rijden. Maar half gerustgesteld gingen we op weg, om ter hoogte van Utrecht in een stapvoetsfile van 8 km terecht te komen. Intussen bespeurden we een vreemde geur in de auto en dat was de druppel: we maakten rechtsomkeer en reden naar het natuurgebiedje Bolgerijen, waar het altijd heerlijk rustig is en waar je lekker onder de bomen kunt zitten op picknickbankjes. Er zijn altijd veel vlinders (dag- en nacht-) en libellen te vinden. We luisterden naar de zang van de Zwartkop en naar die van de Winterkoning. Een Ooievaar cirkelde ver weg. Een Purperreiger vloog op. We hadden een thermosfles koffie bij ons en maakten er een relaxte ochtend van. Later vloog er ook over ons eigen dakterras een Purperreiger en 's avonds, toen het eindelijk wat afkoelde, stuntvlogen de Gierzwaluwen rond ons huis. Ook dat is lekker vogelen en er kwam geen jaarsoort of zeldzaamheid aan te pas.
Foto: zoek de Grauwe Fitis.
Na de sof van afgelopen zondag bleef de Grauwe Fitis zitten en de spijt van de misser knagen. Dus besloot ik het vandaag opnieuw te proberen. Wel wachtte ik op de eerste melding, zodat de vogel in ieder geval niet vannacht weg getrokken zou zijn. Die melding kwam al vroeg, zodat ik de trein van tien voor half acht uit Leerdam kon nemen en om negen uur ter plekke was. Aanvankelijk leek zich een zelfde scenario te ontrollen als zondag jl.: vogel een uur geleden nog gehoord & gezien, maar nu onvindbaar. Dat werd weer dwalen door de saaie Alphense wijk. Gelukkig groeide het aantal vogelaars langzaam naar een stuk of twintig, zodat ik er niet alleen voor stond. Rond kwart voor elf maakte ik een praatje met een andere vogelaar. Ik had het wel weer zo'n beetje gezien en twijfelde of ik nog langer zou blijven. En toen hoorde ik 'm ineens zingen! De Grauwe Fitis zat vlakbij ons in een hoge boom en zong de sterren van de hemel. De meeste vogelaars waren snel ter plaatse en nu liet -ie zich ook regelmatig zien; uiteindelijk zat hij minutenlang op een dood takje van een kastanjeboom te zingen en konden we hem door de telescoop van een van de aanwezigen bekijken, waarbij zelfs het vleugelstreepje te zien was (waarvoor dank, onbekende vogelaar!). Hieronder nog een filmpje waarin twee strofen van de vogel te horen zijn; helaas is de Grauwe Fitis zelf niet zichtbaar.
Tegen het middaguur zag ik op waarneming.nl dat er al de hele ochtend een Grauwe Fitis in Alphen a/d Rijn zat te zingen, een kilometer van het station, dus: boeltje pakken en gaan! Het leek een makkie te gaan worden, want de Grauwe Fitis zat naar verluidt zowel constant als luidkeels te zingen. Maar bij aankomst – het was toch nog anderhalf uur met de trein - wachtte me een teleurstelling: de vogel was al ruim een uur onvindbaar. Ik ben zo'n anderhalf uur gebleven om samen met andere vogelaars te zoeken, kwam Hemme nog tegen en heb even met hem bijgepraat, maar het bleef stil, zodat ik maar weer naar de trein ging. Te vroeg, want toen ik Culemborg passeerde werd de Grauwe Fitis teruggevonden. Dat was balen, ja. En zo werd het geen Grauwe Fitistwitch maar een grauwe tyfustwitch.